| |

De Biesbosch

Polder de Biesbosch 1926 – 2026

van ‘rimboe’ naar polder

Vroeger strekte de Biesbosch zich uit tot de Wieldrechtse Zeedijk in Dordrecht. Het was een wirwar van kreken, biezen- en rietgorzen en uiteraard grienden. Dat landschap werd in de kranten van toen gemakshalve aangeduid als ‘rimboe’. De plannen om die wildernis van zo’n 1000 hectare in te polderen sudderden al sinds 1900. Na bodemonderzoek in 1922 (met gunstig resultaat) ging in maart 1926 de eerste spade de grond in. Voor de realisatie van dit ‘Biesboschplan’ zette de gemeente Dordrecht destijds 1316 werklozen in.

Luchtfoto van het toekomstig in te polderen gebied, genomen vóór de indijking tijdens gewoon laag water. De stippellijn duidt de plaats aan, waar, dwars door de kreken, de grote afsluitdijk is gemaakt. Op de plaats waar het kruisje is aangebracht, bouwde men de uitwateringssluis. (Het huidige Johannes Vis Gemaal).

Gezicht op het huis ‘De Zwaan’, de griendkeet van de voormalige Zwanenplaat. Door inwendige verbouwing is de keet geschikt gemaakt voor pachterswoning. De heuvel, die ongeveer 2.75 mtr + N.A.P. hoog is, is intact gelaten. Op de voorgrond het ‘Gat van den Midden Els’. (april 1936)

Gezicht op het noordoostelijk deel van de nieuwe polder. Het gebouw (boven, midden) is de boerderij ‘De Eersteling’, de eerste boerderij die in den nieuwe polder werd gebouwd. Iets naar links zien we de Oosthaven en het havenplateau met op- en afritten over de dijk. De gunstige ligging van deze haven aan grootscheeps vaarwater: de Nieuwe Merwede, komt duidelijk uit. (april 1936)

Gezicht op de Zuidhaven en de rivier de Nieuwe Merwede bij gewoon hoog water. (april 1936)