Vogels
Een selectie vogelfoto’s uit Nederland, IJsland, Spanje, Denemarken en de Falklandeilanden. De beelden tonen uiteenlopende soorten in hun natuurlijke omgeving, van weidevogels en kustbewoners tot bijzondere soorten uit het buitenland.
Van bedelende jonge gaaien en broedende scholeksters tot een ijsduiker met jongen en een indrukwekkende wenkbrauwalbatros. Iedere foto vertelt een verhaal over gedrag, leefgebied en het moment waarop de vogel werd vastgelegd.
De magie van de spreeuwenzwerm
Spreeuwen voeren in het gezelschap van soortgenoten vaak massale, maar zeer gedisciplineerde vliegbewegingen uit, die ogen als fabelachtige vliegshows. Deze zogenaamde ‘spreeuwenwolken’ of ‘spreeuwenzwermen’ wekken bij mensen ontzag en verwondering. Het gaat in het algemeen om gesloten formaties van honderden, of tienduizenden vogels, die zeer dicht opeengepakt in de lucht zwenken en draaien. De ene keer balt zo’n wolk zich samen tot een compacte massa, dan weer trekt zij in diverse richtingen uiteen of maakt zwiepende bewegingen als een groot, wapperend zwart lint. Op grote afstand lijken al die capriolen ook wel wat op kringelende rookpluimen. Ik filmde en fotografeerde zoiets al meerdere malen maar iedere keer is het toch weer een feest om zoiets te kunnen bekijken.
Scholekster bij bushokje
Scholekster op stadsdak
Lepelaar met jongen
In de jaren zestig, zeventig van de vorige eeuw vreesde men dat de lepelaar als broedvogel in ons land zou verdwijnen. Er waren nog maar zo’n 150 broedparen. In de jaren negentig van de vorige eeuw ging de overheid, naar aanleiding van hoge waterstanden in onze grote rivieren, ruimte maken voor toekomstige hoge afvoeren. Er werden weer nevengeulen en (getijden)moerassen aangelegd, waardoor de lepelaar weer uit het dal kwam. Tegenwoordig schommelt het aantal broedparen in ons land rond de 2500-3000.
Lepelaar met jongen
In de jaren zestig, zeventig van de vorige eeuw vreesde men dat de lepelaar als broedvogel in ons land zou verdwijnen. Er waren nog maar zo’n 150 broedparen. In de jaren negentig van de vorige eeuw ging de overheid, naar aanleiding van hoge waterstanden in onze grote rivieren, ruimte maken voor toekomstige hoge afvoeren. Er werden weer nevengeulen en (getijden)moerassen aangelegd, waardoor de lepelaar weer uit het dal kwam. Tegenwoordig schommelt het aantal broedparen in ons land rond de 2500-3000.
